Normen en wetgeving inzake veiligheidsverlichting.
1.BELGISCHE WETTEN
1.1. Bouwwetgeving:
Het KB van 18/06/93 (omzetting van Europese richtlijn 89/654/EEG) : in ieder gebouw
toegankelijk voor het publiek en/of personeel dient een verligheidsverlichting aanwezig te
zijn en de uitgangen er naartoe aangegeven zijn.
Het KB van 07/07/94(omzetting van de Europese richtlijn 89/106/EEG): vaststelling van de
basisnormen voor de preventie waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.
Het KB van 17/06/97( omzetting van 92/98/EEG): veiligheids- en gezondheidssignalering op

het werk
Toelichting bij dit KB


1.Veiligheidsverlichting.
Verwijzing naar de wettelijke voorschriften inzake de noodverlichting
De noodverlichting zoals bepaald in art. 63bis van het A.R.A.B. stemt overeen met de
huidige bepalingen opgenomen in de geharmoniseerde Europese normen, voornamelijk
volgens de norm EN 1838, in het gedeelte van de noodzakelijke noodverlichting enerzijds
voor evacuatieverlichting en anderzijds voor de omgevingsverlichting.

De evacuatieverlichting moet de evacuatiewegen voldoende verlichten en eveneens
gedurende de nodige evacuatietijd (tenminste 1 uur) toelaten dat een vlotte toegang tot de
evacuatiewegen verzekerd is.
De verlichtingssterkte moet ter hoogte van de grond ten minste 0,5 lx (lux) bedragen voor
omgevingsverlichting, 1 lx op de as van de vluchtweg en 5 lx op de gevaarlijke plaatsen,
zoals het kruisen van gangen, trappen, richtingsverandering (KB van 7.7.1994 tot
vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de
nieuwe gebouwen moeten voldoen en de norm EN 1838) voor wat de evacuatieverlichting
betreft.
Die waarden, beschouwd als minimale waarden, moeten door een autonome
elektriciteitsvoorziening geleverd worden zoals batterijen, een elektrogeengroep of een
speciale laagspanningsvoeding die de noodverlichting automatisch aanschakelt in geval
van defect in de normale verlichting van zodra gewoonlijk meer dan 100 personen in de
instelling tewerkgesteld zijn.
In de instellingen die minder dan 100 personen tewerkstellen is die verplichting van
automatisme door middel van een autonome voeding daarentegen niet opgelegd.


2.Lichtgevende veiligheidssignalering
De lichtgevende veiligheidssignalering is samengesteld uit een geheel dat een paneel en
een noodverlichtingsinrichting omvat verlicht door transparantie of weerkaatsing.
Het paneel geeft een symbool of een pictogram weer dat aanwijzingen geeft met
betrekking tot verbodsbepalingen, waarschuwingen, verplichtingen of hulp- en
reddingsmiddelen.
In elke instelling die personeel tewerkstelt moet deze signalisatie permanent met behulp

van panelen worden aangebracht (art. 52.5.11 van het A.R.A.B. en art. 6 van het KB van 17

juni 1997 betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk).



Indien deze signalering een energiebron nodig heeft om waargenomen te kunnen worden,

moet zij in geval van stroomonderbreking over een noodtoevoer beschikken, behalve

indien het risico verdwijnt met de stroomonderbreking.

De doeltreffendheid mag niet in het gedrang komen noch afhankelijk zijn van het minimum

aantal personen dat gewoonlijk in de instelling aanwezig is.

De kleuren moeten overeenstemmen met de eisen van de normen NBN ISO 3864 en

zodanig dat de signalen in alle gebruikelijke verlichtingsomstandigheden altijd hun

oorspronkelijke betekenis bewaren.

Het woord "signalering" in deze tekst verwijst naar de veiligheids- en

gezondheidssignalering op het werk.

Veiligheidsverlichting: zie KB van 7.7.1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de

preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen en de

norm EN 1838.

 

 

3.Fotoluminescentie

In grote lijnen is het de eigenschap die een stof heeft om stralingen te absorberen en onder

een andere golflengte bij lage temperatuur licht weer te geven.

De fotoluminescentie verbonden aan de veiligheidssignalering kan een verbetering van de

waarneming van veiligheids- en gezondheidssignalering mogelijk maken en kan deze

signalering aldus een waardevolle bijkomende doeltreffendheid bezorgen.

Vanaf het ogenblik dat de noodverlichting, waarvan de omgevingsverlichting en de

evacuatieverlichting deel uitmaken, 50 % van de verlichting moet leveren, vereist na 5 s en

de totaliteit na 60 s, kan het nuttig zijn hierdoor een waarneming van de signalering te

behouden.

Bovendien, in geval van een defect, hetzij van een deel van de noodverlichting, hetzij van

de autonome elektrische voeding of van de autonome verlichting kan dit type van

materiaal een niet verwaarloosbare bijkomende aanwijzing geven.

 

 

1.2.Wetgeving voor de veiligheid van de arbeidsplaatsen .Het A.R.A.B.

 

  Art. 52 : uitgangswegen en ontruiming

  Art 54 quinquies: veiligheidsignalering

  Artikel 63bis: veiligheidsverlichting

Art 63 bis schrijft veiligheidsverlichting voor in inrichtingen waar gewoonlijk meer dan 100

mensen aanwezig zijn met het oog op een mogelijk noodzakelijke ontruiming indien de

reguliere kunstverlichting uitvalt.

 

1.3.Enkele specifieke KB’s en decreten

 

  KB van 25/05/74 : Rusthuizen

  KB van 06/11/79 : Ziekenhuizen

  KB van 07/10/70 + MB 19/10/92 : Schouwburgen

  Decreet Vlaamse Executieve van 27/01/88: Hotels

  Decreet Franse Executieve van 9/11/90 : Hotels

 

2.BELGISCHE NORMEN

 

1.Producttechnisch

 

  NBN C71 597-1 Verlichtingsarmaturen

  NBN C71 598-2-22 Productstandaard voor verlichtingsarmaturen voor

veiligheidsverlichting

 

 2

De fabrikant is hier verantwoordelijk voor de correcte toepasing van de normen op dit product.

 

  Het lastenboek 400.D.02 van de regie der Gebouwen en Krijgsmacht is hier ook een

veelgebruikte norm

 

2.Installatienormen

 

  NORM EN 1838 (vervangt Belgische norm NBN L 13-005)

 

Volgens deze norm dient de verlichtingssterkte van de veiligheidsverlichting minimaal 1 lux te

bedragen. Deze minimale waarde dient gedurende de volledige autonomieduur aangehouden

te worden.

De Europese norm EN 1838, ‘Verlichtingseisen voor noodverlichting’, beoogt standaardisatie en

harmonisatie van regelgeving voor noodverlichting binnen de Europese Gemeenschap.

EN 1838 schrijft minimaal 0,5 lux voor als anti-paniekverlichting in open ruimtes en

verzamelplaatsen.

Voor werkplekken met een verhoogd risico is bij netspanningsuitval minstens 10% van de

reguliere verlichting vereist, met een ondergrens van 15 lux

Naast vluchtwegen en (nood)uitgangen omvat een noodevacuatieplan andere

noodvoorzieningen, die bij netuitval verlicht dienen te zijn.

EN 1838 bepaalt dat voor de volgende plaatsen specifieke aandacht vereist is:

 

 iedere uitgang, die als nooduitgang aangemerkt is.

 een zodanige verlichting van een trap, zodat iedere traptrede direct wordt

 iedere niveauverandering van de vloer

 de verlichting van nooduitgangen en veiligheidssignalering

 iedere verandering van richting

 iedere kruising of splitsing van gangen

 nabij elke EHBO post

 Iedere plek waar brandbestrijdingsmiddelen zijn aangebracht*

 

* Indien de vermelde plaatsen niet op een vluchtweg liggen moeten zij worden verlicht met

minimaal 5 lux.

 

NBN C 71-100 : Installatieregels, inspectie instructies en onderhoud.In de praktijk ziet de

brandweer toe op de naleving van de toepassing van dit KB.

 

 

3.Europese wetten.

 

 

  De Europese Richtlijn 89/654/EEG: Minimum-voorschriften inzake veiligheid en gezondheid

op het werk .

 

Deze Europese richtlijn bepaalt nadrukkelijk dat arbeidsplaatsen in het algemeen afdoende

beveiligd dienen te zijn.

Veiligheidsverlichting geldt hierbij als een noodzakelijke voorziening.

Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor arbeidsplaatsen met relatieve grotere risico’s. Dit

laatste is vooral van toepassing in de industrie. De werkgever zorgt hier voor de naleving

van de voorschriften en draagt de verantwoordelijkheid.

 

  De Europese Richtlijn 92/58/EEC: Minimum voorschriften inzake veiligheid en

gezondheidsignalering op het werk .

 

aangelicht


 

 

4.Europese normen

 

  EN 60 598-1: Luminaires

  EN 60 598-2-22 Luminaires for emergency lightning (Europese product standaard)

  Pr IEC 62034: automatic test systems for battery powered emergency escape lightning

  EN 1838: Lighning applications: emergency lightning

 

De nieuwe norm brengt duidelijkheid en legt op eenduidige wijze vast hoe de

veiligheidsverlichting op doeltreffende manier moet toegepast worden.

 

Volgens deze norm moet er binnen een straal van twee meter van volgende plaatsen een

evacuatieverlichting aangebracht worden.

 

- Bij elke uitgang die bedoeld is voor gebruik in geval van nood.

- Nabij trappen zodat elke trede direct wordt aangelicht

- Bij elke richtingsverandering en/of niveauverschil

- Bij voorgeschreven nooduitgangen en veiligheidssignalisering

- Bij splitsing van gangen

- Bij eerste hulp-en brandbestrijdingsmiddelen

 

Nieuw : buiten aan de uitgang evacuatie dient eveneens een veiligheidsverlichting

geplaatst.

Nieuw : De verlichting van de risicovolle werkplek bedraagt minstens 10 % van de normale

vereiste norm met een minimum van 15 lux.

 

  Pr EN 50172: Emergency escape lightning systems

 

Onderwerp is o.m. de maandelijkse functietest en de jaarlijkse autonomietest

  Maandelijks : controleren op goede werking : bvb op testknop drukken of automatische

test +visuele controle

  Jaarlijks uitvoeren autonomietest

 

Registratie van controles en onderhoud op te nemen in een logboek

 

 

  Pr EN 50717: Central Power supply systems

Back to Top